Het gebouw
In mei 2003 is het kerkelijk centrum De Hofstad in gebruik genomen als samen-op-weg-kerk in Apeldoorn-Zuid.
De architect J. Borkent heeft als uitgangspunt genomen de bijbeltekst uit Mattheus 5:14: “Een stad die op een berg ligt kan niet verborgen blijven.”
Als je buiten staat valt het op dat de benedenverdieping voor een deel uit glazen wanden en een donkere stenen muur bestaat – enerzijds symbool voor een stadsmuur, maar ook van doorzichtigheid, waardoor licht uitgestraald kan worden. De bovenverdieping bestaat voor het oog uit losse delen, de huizen van een stad voorstellend. Daarin zijn net als beneden vergaderzalen, een jeugdruimte die de jeugd zelf ontworpen en ingericht heeft en de kantoorruimte van het kerkelijk bureau. Het achterste gedeelte, dat de kerkzaal herbergt, heeft aan de vier zijden wanden van gekleurde bouwstenen. Als het buiten donker is en binnen brandt licht, is dat een prachtig gezicht. Maar als het buiten licht is, stroomt gekleurd licht naar binnen – het eerste gedeelte van Mattheus 5:14 luidt: “Gij zijt het licht der wereld.”
Als we naar binnen gaan zien we dat de ingang wordt omgeven door zaalruimte. Maar voordat je binnen bent, heb je al het idee binnen te zijn doordat de ingang deels omsloten wordt door twee grote zalen. Dan kom je de grote ontmoetingsruimte in. Alle zalen zowel boven als beneden, komen uit op een vide, een open ruimte, waardoor het geheel openheid uitstraalt. Dat nodigt uit tot ontmoeting.
Even omhoog kijkend valt direct de koepel op, die beschilderd is met het motief van Mattheus 5:14. De koepel is een oud christelijk symbool voor het alomvattende van God en voor Zijn bescherming van heel Zijn schepping. Vanaf het moment dat de christelijke godsdienst in de 4de eeuw “bovengronds” mocht komen en al spoedig staatsgodsdienst werd, werden vele kerken van een koepel voorzien. Het meest bekend uit die tijd is de Aya Sophia in het huidige Istanboel, nu moskee, maar vroeger een kerk. Ook de St. Pieter in Rome heeft een majestueuze koepel.
De voorstelling aan de binnenkant van de koepel is ontworpen en beschilderd door de Apeldoornse kunstenaar Cees Flokstra.

De kerkzaal
Vervolgens gaan we naar de kerkzaal. Licht en ruimte vallen daar op. Flokstra heeft voor deze ruimte de motieven van de glazen bouwsteen-wanden en het rozetraam ontworpen en gemaakt. Bij het rozetvenster heeft hij zich laten inspireren door Mattheus 3:16 en 17 – de doop van Jezus.
In de glazen wanden zijn kleuren verwerkt
Blauw staat voor het mannelijke, roze voor het vrouwelijke en groen voor het kinderlijke: een ruimte voor iedereen en voor alle generaties.
Het groen is teer als een uitgestrekt land, overstraald door hemelsblauw. Veelkleurig is de schepping en veelkleurig zijn ook de mensen. Maar diezelfde veelkleurigheid wijst ook naar de grote diversiteit van de Schriften. De opgestapelde blokken wijzen naar de berg Horeb, waar Mozes de Tien Woorden ontving: tekenen van het Verbond.
En door al die kleuren heen valt het zonlicht, Gods licht, deze ruimte binnen.
In de achterwand van de kerkzaal zijn twee nissen.
De ene nis is de zogenaamde doop-nis. De namen van de kinderen van gemeenteleden die geboren worden, krijgen daar een plek. De biezen mand doet denken aan Mozes, die zijn levensreis op de dreigende rivier begon. En de achterwand wordt gekenmerkt door een foto van de geboorte van een nieuw sterrenstelsel.
De andere nis is de gedenk-nis, waar de namen van de overleden gemeenteleden genoemd en herdacht worden. Als een gemeentelid overleden is, wordt zijn of haar naam op een zakdoek (symbool van tranen) geborduurd en in de nis gehangen. En die dat wil, kan een kaars aansteken, waardoor deze ruimte de functie heeft van een stiltehoek. Op de achtergrond een stervend sterrenstelsel. Het geheel gedragen door woorden van Hanna Lam: “De mensen van voorbij zijn in het licht, zijn vrij.”
Deze beide nissen zijn ook door een Apeldoornse kunstenaar ontworpen en vervaardigd, Tirza Verrips.
De naam De Hofstad is ontstaan door de gedachte aan een stad op een berg, en de straatnaam: Hofveld.
En, heel in de verte, denken we ook even aan de stad die woonplaats van God was toen de tempel van Israël daar nog stond: Jeruzalem.
Het kerkgebouw herinnert ons er aan dat we hier geen blijvende stad hebben.
De klokkentoren
Elke zaterdag om 18:00 uur wordt gedurende 5 minuten de zondag ingeluid.
Een kwartier voor elke dienst zijn de klokken 3 minuten te horen en als de dienst begint geven zij nog 2 slagen.
De stalen toren bevat 2 klokken:
De Trooster, dit is de grootste klok (toonsoort G) met als ingegraveerde tekst uit Mattheus 5:4: “Zalig zij die troosten want zij zullen vertroost worden”.
De Roeper, in toonsoort F, heeft als ingegraveerde tekst Johannes 11:28: “De meester is daar en Hij roept u”.
De beide klokken zijn gegoten in het jaar 1965.
Het orgel
Ons orgel is in 2004-2005 vervaardigd door orgelmaker Kaat & Tijhuis uit Kampen Op 31 augustus 2005 is het officieel in gebruik genomen. Samen met adviseur Hans Kriek is een concept uitgedacht dat aansluit bij de Romantiek. De firma Kaat & Tijhuis ontstond in 1979, toen de heren Kaat en Tijhuis orgelmakerij Fonteyn overnamen. Vanaf 1993 werd Kaat senior opgevolgd door zoon Menno, die momenteel de leiding heeft van het bedrijf. Zie voor meer informatie:
http://www.kaatentijhuisorgelmakers.nl
Met 29 registers (en 1 reservering) is dit het grootste instrument van de Kamper firma. Omdat de bouw samenviel met het 25-jarig bestaan van de orgelmaker werden zes registers en de reservering op het pedaal op kosten van de orgelmakers toegevoegd. Uit de orgels van twee van de drie gemeenten waaruit De Hofstad is ontstaan, de Pauluskerk (orgel gebouwd door Koch in 1958) en de Zuiderkerk (orgel gebouwd door Van Leeuwen, 1932) is pijpwerk genomen, hergebruikt en aangepast aan het mensuur en klankbeeld dat de orgelmakers voor ogen stond. Het resultaat is een kleurrijk orgel dat – ondanks het gebruik van pijpwerk van uiteenlopende herkomst – klinkt als een eenheid en niet als ‘het gemiddelde van de samengevoegde delen’.

In overleg met de architect van de kerk is een orgelkast ontworpen die harmonieert met de strakke vormgeving van de kerkzaal. Kastwerk, mechanieken en klavieren zijn gemaakt van Duits eiken, het stellingwerk van lariks en de ventielen van ceder. Bakstukken, registerknoppen en boventoetsen zijn van ebbenhout. Alle onderdelen zijn door Kaat & Tijhuis vervaardigd, inclusief het benen toetsbeleg.
Vanuit de kerk gezien bevindt zich het pijpwerk van het pedaal links achter de frontpijpen, vervolgens het pijpwerk van het hoofdwerk en rechts achter de frontpijpen bevindt zich het zwelwerk. De jaloezieën van de zwelkast zijn voorzien van uitgefreesde sleuven waardoor de zwelfunctie intenser wordt.
Klank
Het orgel klinkt verrassend flexibel, levendig en kleurrijk. Alhoewel barok muziek goed klinkt op dit orgel, komen met name de Franse, Duitse en Engelse Romantiek uitstekend tot hun recht.
De pedaalstemmen zijn bijzonder draagkrachtig en geven een stevige basis bij de begeleiding van de samenzang. De forse Bazuin 16’ komt met name tot zijn recht wanneer het pedaal zwaar neergezet dient te worden (bijvoorbeeld bij de Franse Romantiek).
De prestanten van het hoofdwerk (Prestant 8’, Octaaf 4’ en Octaaf 2’) eventueel met Quint en/of de heldere Mixtuur geven een voorname klank. Ook kan de mildere (terts)Mixtuur van het zwelwerk gebruikt worden. De Cornet functioneert prima als uitkomende en begeleidende stem bij met name onbekende melodieën. De Salicionaal 8’ is een karaktervolle solo-stem.
Het zwelwerk is milder van karakter dan het hoofdwerk. Hierbij geeft de zwelfunctie extra mogelijkheden. De Baarpijp 8’ vervult in het zwelwerkplenum een prestantachtige functie, echter als soloregister is zij heerlijk zangerig.
De combinatie van Viola di Camba 8’ en Vox Celeste geeft een natuurlijk zweving.
De Flageolet 1’ geeft helderheid. Goed te gebruiken in het plenum maar ook bij uitkomende stem.
De beide tongwerken zijn zowel solo goed te gebruiken als in het plenum waarbij ze niet overheersen.
